De 10 gouden yogaregels

De 10 gouden yogaregels

Bron: Christel Jansen – Yoga Magazine

De yogaleer barst van de wijsheden, er zijn talloze boeken over geschreven en elke yogadocent geeft je weer andere inzichten mee – hoe weet je dan wat de belangrijkste leefregels zijn? Wij selecteerden de tien gouden yogaregels om ontspannen en gelukkig te leven. The best of yoga, zou je kunnen zeggen… 

Bron van onze tien gouden regels zijn de belangrijkste geschriften van de yogaleer. In de Yoga sutra’s van Patanjali wordt uitgebreid ingegaan op de morele levensprincipes: de yama’s en de niyama’s. Deze 10 geboden vormen de basis van de gehele yogabeoefening. Daarnaast is er de Hatha yoga pradipika, het oudste geschrift over de Hatha of fysieke yoga, die vooral heil ziet in het trainen en voorbereiden van het lichaam voor meditatie. En ten slotte hebben we geput uit misschien wel een van de mooiste boeken uit de wereldliteratuur, de Bhagavad Gita, waarin je leest over het belang van karma en het juiste handelen. Het zijn eeuwenoude regels die nog steeds ongelooflijk actueel zijn. Lees ze en probeer ze in te passen in je dagelijks leven. Een mooie eerste stap naar een gouden leven als een evenwichtige, ontspannen en liefdevolle yogi.

Onderstaand zijn echter niet de Yamas en de Niyamas maar ze zijn er wel in verweven. Het zijn aandachtspunten in de yoga.

  1. Adem!

Gemiddeld halen we tussen de zestien en twintig keer per minuut adem. Maar wist je dat je veel sneller ademt als je je opwindt of piekert? Je adem volgt je gedachten, maar je gedachten volgen ook je adem – vandaar dat in de yogales zo veel nadruk op de ademhaling wordt gelegd. Vertraag bewust je ademhaling en je wordt rustig van binnen.

Volgens Yogi Bhajan, de goeroe die Kundalini yoga naar het Westen bracht, werken acht ademhalingen per minuut al behoorlijk ontspannend. Bij vier ademhalingen per minuut is er sprake van een positieve verandering in je geest en kom je in een meditatieve staat. En bij één ademhaling per minuut is de werking tussen je linker- en rechterhersenhelft optimaal en bevrijd je jezelf van angsten en zorgen.

 

Meer energie

In de yoga worden ademhalingsoefeningen vaak aangeduid met pranayama, maar eigenlijk behelst die term veel meer. Prana is je vitale levenskracht, die je kunt sturen met je ademhaling, en ayama betekent ‘expansie’. Door bewust te ademen, ga je vanzelf langzamer ademen en daarmee verhoog je je prana of vitaliteit. Yogi’s geloven trouwens dat een langere ademhaling een langer leven betekent. Sommigen beweren zelfs dat je bij je geboorte een bepaald aantal ademhalingen hebt meegekregen. Door die zo lang mogelijk te maken, zou je je leven verlengen.

  1. Mediteer

‘Meditatie is nutteloos zijn,’ stelt zenpriester Steve Hagen. ‘Het houdt in dat we nergens naar verlangen, niet proberen iemand anders te worden of iets nieuws te ontdekken en geen enkel voordeel najagen.’

Mediteren (dhyana in yogatermen) is louter aanwezig zijn, hier en nu. Dat begint met concentratie. Je kunt dit doen door je adem te volgen, te tellen of in stilte een mantra op te zeggen. Het is eigenlijk vooral blijven zitten en telkens als je aan iets anders denkt, teruggaan naar de adem of het onderwerp van jouw concentratie (zaadgedachte). En daar zit nu net het addertje onder het gras. Je gedachten springen als een slingeraap alle kanten op. Zit je net rustig, bedenk je dat je de was nog moet binnenhalen, voel je je pijnlijke teen weer opspelen of zoemt een vlieg irritant om je heen. Je geest is akelig multifunctioneel. Probeer dan maar als een Boeddha onbeweeglijk stil te zijn. Dodelijk saai, als je erover nadenkt.

Volgens schrijfster Geertje Couwenbergh ‘verveel je je tijdens dat zitten, zwijgen, ademhalen zo dood, dat alles daarna nieuw, geweldig, interessant, wákker is.’ Waarmee ze maar wil zeggen dat de effecten van die ‘staat van verveling’ enorm zijn.

Zo is bijvoorbeeld uit onderzoek gebleken dat tijdens het mediteren de alfagolven in je brein toenemen. Deze golven zorgen voor de staat van ontspanning waarin je komt vlak voordat je in slaap valt. Je metabolisme vertraagt, de lichaamstemperatuur en bloeddruk dalen. Regelmatig mediteren leidt tot meer activiteit in een deel van de linkerhersenhelft dat in verband staat met geluk en ontspanning. ‘In meditatie’, zo stelt de bekende en geliefde Vietnamese zenboeddhist Thich Nhat Hanh, ‘komt onze rusteloze geest tot rust op het kussen van onze adem. Er ontstaat dan heel natuurlijk een gevoel van kalmte en ontspanning.’

  1. Wees tevreden

‘Door tevreden te zijn met wat er is, bereik je het hoogste geluk’ – Sutra II.42

Tevredenheid of santosha is een van de morele levensprincipes, ook wel yogadeugden (niyama’s) genoemd. Dit begrip wordt heel breed opgevat. Het woord ‘vrede’ zit erin besloten en dat is wat de yogi nastreeft: een constant gevoel van innerlijke vrede. Elke dag zijn er tal van momenten waarop je even uit je doen bent. Je schrikt als je kind onverwacht de straat over rent, je hebt de pest in als iemand anders die mooie jas voor je neus wegkaapt en die ruzie met je baas houdt je zelfs wekenlang uit je slaap. Elke keer opnieuw word je geconfronteerd met dingen die buiten jou om gebeuren en die vaak energie kosten. Deze storende factoren belemmeren je om naar binnen te keren. Dat is niet erg, want zo is het leven. Je hebt nu eenmaal niet alles in de hand.

De yogi streeft ernaar deze prikkels te overstijgen en onder alle omstandigheden volmaakt kalm te blijven. Zoals een lachende Boeddha die rustig voor zich uit staart en alles gelijkmatig opneemt, in een staat van opperste tevredenheid. Heb je die staat bereikt, dan ben je onverschillig ten aanzien van persoonlijke genoegens en comfort. Je bent gewoon tevreden met alles wat zich in je leven aandient, of het nu positief of negatief is.

Ja zeggen tegen alles

Die houding van tevredenheid kun je jezelf aanleren. Een belangrijke regel hierbij is: heb geen verwachtingen. Niet van mensen, maar ook niet van de uitkomst van je handelen (verwacht bijvoorbeeld geen bedankje omdat je drie weken lang de kat van de buren hebt verzorgd). Dit betekent overigens niet dat je alles maar gelaten over je heen moet laten komen. Het gaat erom dat je je niet door je emoties laat leiden, maar ze de baas bent. Voel je woede (een toestand waarin geen sprake is van ‘vrede’), laat die er dan zijn, kijk ernaar en weet dat je ernaar moet handelen. Compassie is daarbij altijd belangrijk. Is het nodig om dingen te veranderen, zet je daar dan voor in. Lukt het niet, accepteer dat dan ook.

  1. Leef volgens je dharma

In de Bhagavad Gita legt de krijger Arjuna zijn wapens neer als hij beseft dat hij tegen zijn eigen familieleden moet strijden. Maar zijn leermeester Krishna spoort hem aan: ‘Als jij je plicht verzaakt, wie zal deze dan uitvoeren? Ga klaarstaan en doe wat er van je verwacht wordt. Wees niet laf.’ Krishna helpt Arjuna bij het vinden van zijn dharma of levenspad. Dharma, ook wel vertaald als ‘het juiste handelen’, is de plicht die je als mens te vervullen hebt in het leven en die je vol toewijding uitvoert. Als je niet, zoals Arjuna, een meester hebt die je de weg laat zien, hoe weet je dan wat jouw dharma is, jouw weg in het leven?

Zelfonderzoek

Hoe beter je jezelf kent en hoe dichter je bij jezelf blijft, hoe beter je weet wat wel en niet bij je past. En dat wijst je de weg naar je dharma. De vierde van de niyamas of yogadeugden, svadhyaya, wordt vertaald als ‘zelfonderzoek’. Door svadhyaya kun je de patronen en neigingen die maken dat je steeds weer vastloopt, ontdekken en erop reflecteren. Dit kun je doen door meditatie, maar ook door regelmatig stil te staan bij je eigen handelen. Zo dring je door tot de kern van je eigen wezen, en dat is ook waar het bij yoga o m draait. Vraag je bij alles wat je doet af of dit écht is wat je op dit moment wilt.

  1. Wees geweldloos

Geweldloosheid, ahimsa, is de allereerste yama en een belangrijk begrip in de yogaleer. Bij dit woord denken we vrijwel automatisch aan Mahatma Gandhi, de politiek leider uit India die zijn volk ertoe bewoog om geweldloos verzet te plegen, maar die uitleg is te beperkt. Ahimsa gaat niet alleen over grof fysiek geweld, maar over alle, vaak zeer subtiele uitingen van geweld. Kwaadspreken, iemand negeren of hardnekkig je zin doordrijven zijn er voorbeelden van. Ahimsa betekent ook dat je geen dieren doodt en dus vegetarisch eet. Ook jezelf en de ander geen schade berokkenen is belangrijk. In gedachten, woorden en daden. ‘Als je vol overtuiging en consequent geweldloos bent,’ lezen we in Sutra II.35, ‘zal ook je omgeving zo worden.’

Maar niets is absoluut, meent de Indiase Vedantaleraar swami Dayananda: ‘Soms moet je in een situatie satyam, het spreken van de waarheid, of ahimsa, niet-kwetsen, opofferen voor het algemeen welzijn.’ Je kunt niet stilzwijgend toekijken hoe een oude man wordt beroofd of nalaten in te grijpen als een kind wordt mishandeld. En als je de partner van je beste vriendin met een ander hebt gezien, kun je dat misschien maar beter niet tegen je vriendin zeggen. Het gaat erom dat je in overeenstemming met je geweten en vanuit mededogen handelt.

 

  1. Doe je asana’s

‘De houding is aangenaam en stabiel’ – Sutra II.46

Wij in het Westen kennen yoga vooral als fysieke bezigheid. Maar van origine was de fysieke yogabeoefening vooral gericht op het aanleren van de juiste houding om een tijdlang in meditatie te kunnen blijven zitten. Het klinkt paradoxaal: je oefent je lichaam met als doel om het te vergeten tijdens meditatie. In de Hatha yoga pradipika, de oudst bewaard gebleven tekst over Hatha yoga, worden slechts twaalf houdingen beschreven. Vier van die houdingen zijn volgens de samensteller, swami Swatmarama, van cruciaal belang. Dat zijn, het laat zich raden, de meditatiehoudingen. Swatmarama zegt hier zelfs over: ‘Als je in Siddhasana perfectie kunt bereiken, waarom zou je dan nog andere asana’s beoefenen?’

Omdat yoga je lichaam soepel, sterk en gezond maakt, zou je kunnen antwoorden. En: ‘Yoga werkt kalmerend op je zenuwstelsel,’ zegt de internationaal gerespecteerde yogadocent Max Strom over de beoefening van asana’s. ‘Als je weet hoe je dat op de mat kunt bereiken, dan kun je dat ook toepassen in je dagelijks leven. Je zit lekkerder in je vel en slaat minder negativiteit en spanningen op; je houding verandert als vanzelf en je staat meer ontspannen in het leven.’

Niet forceren

Er zijn wel een paar richtlijnen. Allereerst: accepteer de beperkingen van je lichaam. Forceer jezelf niet in een houding die je moeilijk vindt, maar neem rustig de tijd om haar aan te leren – al kan het soms jaren duren. De intentie waarmee je oefent is belangrijker dan de oefening zelf. Luister naar je lijf en ga mee met wat op het moment van oefenen mogelijk is. Haak je juist snel af als je een houding te lastig vindt? Dan is het waarschijnlijk dat je ook in het dagelijks leven dingen vaak laat liggen en is een beetje doorzettingsvermogen beoefenen geen gek idee.

Een andere gulden yogaregel luidt: is het druk of stressvol in je leven, doe dan vooral zachte houdingen. Gaat alles van een leien dakje, dan kun je jezelf meer uitdagen. Ook dat is Ahimsa, geweldloos, zachtmoedig en liefdevol zijn naar jezelf

Wat je ook doet, doe het met je volledige aandacht en inzet. Rustig ademend een poosje in een houding blijven is op zich al een vorm van meditatie. Kortom: doe je oefeningen, en de rest volgt vanzelf. Op je matje en erbuiten.

Uit de Hatha yoga pradipika (15e eeuw):

I.15 Yoga heeft geen zin bij te veel eten, te veel inspanning, te veel praten, zich te strikt vasthouden aan de regels, gezelschap van ‘gewone mensen’ en instabiliteit (wankelmoedigheid van geest).

I.17 Door het uitvoeren van asana’s bereikt men standvastigheid en onverstoorbaarheid van lichaam en geest; de ledematen zijn licht en flexibel. 

  1. Hecht je niet

‘Kennis is beter dan oefening, maar mediteren is beter dan kennis. Niet gehecht zijn aan de resultaten van het handelen is echter beter dan mediteren, want onthechting leidt ogenblikkelijk tot vrede,’ zo staat te lezen in de Bhagavad Gita.

Onthecht in het leven staan is een belangrijk en nastrevenswaardig principe in de yoga. We associëren onthechting niet zo snel met ons eigen ‘westerse’ leven, maar zo extreem als de asceet hoeft het ook niet. Hoe kun je onthecht zijn en toch volop in de wereld staan?

Onthechten betekent letterlijk: je losmaken van. Stap één luidt: hecht niet aan materiële zaken. Al ons lijden komt voort uit angst voor verlies. Als je je hecht aan materie, kun je bang zijn het weer kwijt te raken. Bezit op zich is niet verkeerd, het gaat erom hoe je ermee omgaat. Is je auto een gebruiksvoorwerp of ben je er angstvallig voorzichtig mee uit angst dat er een krasje op komt? Zo is dat ook met de dingen die je doet. Aparigraha heet dat in de yoga, begeerteloosheid, niets verwachten en niets verlangen. Dit leer je door Karma yoga, de yoga van handeling, toe te passen in je leven. Je doet boodschappen voor je zieke buurman, ook al heeft hij nooit iets voor jou gedaan. Schakel je ego uit, doe wat je doet met plezier en hecht niet aan het resultaat. Dat is het begin van onthechting.

  1. Leef vanuit liefde

‘Elke handeling die we verrichten brengt een energiekracht voort die ons met gelijke munt wordt terugbetaald – we oog-sten wat we zaaien,’ zegt newage goeroe Deepak Chopra in De 7 spirituele wetten van yoga. Dit is karma. Veel mensen denken dat karma je lot is, iets wat je maar hebt te ondergaan. Niets is minder waar. Karma betekent dat alles wat je doet en denkt als een boemerang naar je terugkomt. Straal je vrolijkheid, liefde en enthousiasme uit, dan komt dat ook weer naar je toe.

 

Karma is in feite een pleidooi om liefdevol in het leven te staan. Goed karma verkrijg je door compassie, bescheidenheid, verdraagzaamheid. Bij slecht karma moet je denken aan hebzucht, egoïsme en wreedheid. Maar bijvoorbeeld ook aan ongedurig foeteren op de man vóór je in de rij bij de kassa, of een geliefde om niets afsnauwen. ‘Wie zijn woede loslaat en zijn medeleven koestert, wordt mooi,’ luidt een uitspraak van Boeddha. ‘Wie tegenover anderen steeds gul is, wordt rijk. Want hoe meer hij geeft, hoe meer hij zal ontvangen.’

Je kunt elk moment beginnen te leven vanuit liefde. Een eenvoudige start is om positief te denken over de mensen en dingen om je heen. Bekijk iedereen met een open blik – te beginnen met jezelf. Ga eens na hoe vaak je jezelf wel niet veroordeelt: ‘Ik ben een flapuit’, ‘Die lelijke neus van me’, ‘Verpest ik het weer.’ Draai het om en focus op het positieve, en bedenk daarbij dat gedachten sterker zijn dan daden. ‘Het doel van yoga is het verwijderen van het schild dat we om ons hart hebben aangelegd,’ zegt yogaleraar Max Strom. ‘Onszelf verbinden met de wereld. In het begin kan dat onwennig zijn en voelen we ons kwetsbaar, maar als we openstaan voor anderen, zullen we uiteindelijk een diepe verbinding kunnen aangaan.’

  1. Streef naar discipline

De onlangs overleden kunstenaar Lucian Freud stond bekend om zijn strakke werkdiscipline. Elke ochtend om acht uur begon hij in zijn atelier te werken, dag in, dag uit. Zijn dochter, de schrijfster Esther Freud, nam op haar 26e het besluit om elke dag drie uur lang te schrijven. ‘Dat besluit heeft mijn leven veranderd,’ zegt ze hierover. ‘Ik nam zelf de verantwoordelijkheid.’ Discipline klinkt al snel als streng en saai, maar zonder dat komt een schilderij of boek niet af.

Korte of lange termijn?

Je discipline aanmeten is een manier om je energie te stroomlijnen. Het is verbonden met positiviteit en creativiteit: je werkt naar een doel toe. Geduld, regelmaat en volharding zijn belangrijke pijlers. Veel van wat we doen is gericht op het snel krijgen van voldoening. Je drinkt bijvoorbeeld graag een glas wijn, maar hebt je voorgenomen daar even mee te stoppen in de hoop dat je dan meer energie krijgt. Al een hele week drink je niet, en dan is er een borrel. Je gaat overstag. Eerst voelt de roes fijn, maar daarna baal je. Had je eerst een glas spa gedronken en je verlangen uitgesteld, dan had je je misschien wel aan je voornemen kunnen houden, wat uiteindelijk meer voldoening had gegeven dan dat glas wijn. Als je een pauze inbouwt tussen je verlangen en de instant bevrediging ervan, beoefen je ‘zelftucht’. Dit rustmoment houdt je alert.

Doorzie de smoesjes

We zijn snel geneigd ons aan discipline te onttrekken en ons ego is uiterst vindingrijk in het bedenken van excuses. Wil je een doel bereiken (zeg: yoga tot een deel van je dagelijks leven maken) laat je dan niet langer om de tuin leiden door je ego. Bij elk excuus dat je ego opwerpt – ‘Ik kan nu mijn oefeningen niet doen, want eerst moet het huis schoon’ of ‘Ik ben moe, ik mag best even tv kijken in plaats van op mijn matje staan’ – vraag je je af: geeft dit mij voldoening op de langere termijn?

Uiteindelijk zul je met een beetje discipline meer bereiken, omdat je je energie heel gericht gebruikt. Een in de yoga gehanteerd hulpmiddel om gedisciplineerd in het leven te staan, is mouna of stilte. Doe in stilte je ding, dat helpt om minder snel afgeleid te zijn.

  1. Laat los en leef nu

Stel, je loopt graag over het strand. Op een mooie zomeravond zie je de zee oplichten. Je blijft staan, volkomen in de ban van dit wonderlijke verschijnsel – deze ervaring wil je altijd bij je houden! Daarna wandel je nog vele malen langs de zee, maar tot je teleurstelling licht hij niet meer op. Eerst was je een tevreden wandelaar, nu verlang je naar meer. Daardoor zie je niet meer wat er nu om je heen is: het zand, de golven, de lucht.

We zijn altijd weer op zoek naar de herhaling van mooie ervaringen. Wat is daar mis mee? Volgens de theosoof Krishnamurti begint de ellende zodra het denken gaat zeggen: Wat is dát mooi, dat moet ik zien vast te houden, daar hoop ik meer van te beleven. In het boeddhisme heet dit ‘lijden door vergankelijkheid’. Steeds terug willen naar geluksmomenten en daar dan onherroepelijk een kater aan overhouden, omdat die momenten zich nooit meer op dezelfde manier zullen voordoen. Volgens de boeddhistische leer zijn er geen problemen, maar creëer je die zelf in je geest. Loslaten betekent dat je niet alleen je kwelgeesten van je afschudt (die opdringerige nicht, je partner die je in de steek liet), maar ook de herinneringen die je koestert. Mag je dan niet genieten? Natuurlijk wel. Geniet op het moment zelf met volle teugen, want het leven gebeurt nu. Soms kun je dan tevreden terugkijken naar zo’n mooi moment, als naar een foto. Alles verandert voortdurend en het helpt om dat te accepteren: Let it be! En maak mee wat er nu is.